De aanstaande bisschopswijding 24 januari 2016

Small caption goes here

Home Nieuws De aanstaande bisschopswijding 24 januari 2016
jm_200_NT1.pd-P12.tiff

jm_200_NT1.pd-P12.tiff

10 januari 2016 – Pater Esteban Kross
Op zondag 24 januari, vindt de bisschopswijding van Mgr. Karel Choennie plaats. Hoe geschiedt de bisschopswijding eigenlijk en wat is daar de achtergrond en oorsprong van? Want bij alle pracht en praal, alle indrukwekkende versieringen van de kathedraal en temidden van alle prachtige muziek, moeten we toch wel de kern waar het allemaal om gaat, vast blijven houden.


De kern van de bisschopswijding

De eigenlijke, geestelijke betekenis van het gebeuren wordt heel diep uitgedrukt in de prefatie die tijdens de eucharistieviering van de bisschopswijding gebeden gaat worden. Daar bidden we: “U willen wij danken, Heer onze God, eeuwige Herder, want U hebt Uw gelovigen niet eenzaam achtergelaten. U hebt hen apostelen gegeven als herders op de weg naar U. Wij danken U, dat U ons mensen blijft geven die ons bijstaan in Uw naam, die ons voorgaan in geloof en ons leiden op Uw weg, die Uw volk bewaren in Uw liefde, in naam van Jezus Christus, onze Heer”.

Het gaat dus om Gods zorg voor Zijn volk. Hij heeft steeds voorzien in herders, die leiding zouden geven aan Zijn volk.
Het verloop van de wijdingsplechtigheid

1. Aanroepen van de Heilige Geest
Na de Schriftlezingen en de preek, gesterkt dus door Gods Woord en de overweging op dat Woord, vangt de wijdingsplechtigheid aan met het gezamenlijk aanroepen van de Heilige Geest. Want het is slechts door de kracht van de Geest dat iemand dit ambt kan ontvangen en waarmaken.

2. Benoemingsbrief van de paus
De hoofd-consecrator, Mgr. de Bekker, zal dan vragen naar een benoemingsbrief van de paus. Als katholieken hebben wij namelijk de traditie bewaard dat Jezus Petrus en diens opvolgers heeft aangesteld tot hoofd van de Kerk. “Jij bent Petrus, de rots waarop Ik mijn Kerk zal bouwen” (Mt. 16:18). Het is de paus die een bisschop benoemd.

3. Ondervraging en beloften
Vervolgens stelt de hoofd-consecrator de wijdeling vragen, waarin de Kerk het bisschopsambt onder woorden tracht te brengen. In de geloften wordt de bisschop-elect gevraagd een goede verkondiger van het evangelie, een zorgzame herder en een gelovig priester te willen zijn voor de kerkgemeenschap waarover hij als bisschop zal worden geplaatst.

4. Litanie van alle heiligen

Daarna roepen we de heiligen aan. Zij zijn ons voorgegaan op de weg van geloof en de navolging van Christus. Zij zijn onze voorsprekers bij God.

5. Handoplegging met gebed

De eerste centrale rite van de bisschopswijding is de handoplegging, vergezeld van gebed. Deze centrale handeling gaat terug op een van de oudste bijbelse gebaren. Door de handen op te leggen, worden zegen en roeping doorgegeven. De handoplegging geeft dan aan dat de Geest van God iemand afzondert die Hij heeft uitgekozen, en dat God deze persoon de kracht en de genade geeft om een bepaalde functie uit te oefenen.

Zo geeft aartsvader Jakob aan zijn twaalf zonen de rijke zegen door die hijzelf van zijn vader Isaak en zijn grootvader Abraham geërfd heeft. Van Jozua, de opvolger van Mozes, staat geschreven: Ze luisterden naar Jozua, de zoon van Nun, omdat hij vervuld was met de geest van wijsheid, sinds Mozes hem de handen had opgelegd” (Dt. 34:9).

We zien Jezus vaak in het evangelie mensen de handen opleggen als teken van zegening. Hij legt de kinderen de handen op (Mk. 10:16), geneest een kromgetrokken vrouw met handoplegging (Lk. 13:13), de blinde van Betsaïda (Mk.8:23), alsook vele andere zieken, waarvan Lukas zegt: “Hij legde hen een voor een de handen op en genas ze” (Lk. 4:40).

Maar behalve als teken van zegening en bevrijding, kende de jonge Kerk de handoplegging ook als teken van het doorgeven van de gaven van de Geest en van de roeping van het herderschap binnen de gemeente. Wanneer de apostelen besluiten om diakens aan te stellen, dan lezen we: “Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden” (Hand. 6:6). Ook Barnabas en Paulus worden aan het werk van de apostelen toegevoegd door handoplegging en gebed: “Nadat ze gevast en gebeden hadden, legden ze hun de handen op en lieten hen vertrekken” (Hand. 13:3). Paulus legt later weer de handen op aan Timeteüs: “Daarom spoor ik je aan het vuur branden te houden van de gave die God je schonk toen ik je de handen oplegde” (2 Tim. 1:6). Op deze wijze bleef de Kerk voortdurend de handen opleggen om de kerkelijke ambten door te geven. De bisschoppen zijn zo in rechtstreekse lijn opvolgers van de apostelen.

Na de handoplegging in stilte door de drie hoofd-consecratoren en dan door alle andere aanwezige bisschoppen, volgt het wijdingsgebed terwijl een geopend evangelieboek, Gods Woord, door twee diakens boven het hoofd van de wijdeling gehouden wordt. De kern van het wijdingsgebed is een intense bede: “Geef thans aan Uw dienaar Karel Choennie, die gij gekozen hebt, de kracht die uit u voorkomt, de Geest van leiderschap en gezag, die gij gegeven hebt aan uw geliefde zoon Jezus Christus, de Geest, die Hij geschonken heeft aan zijn heilige apostelen”.

6. De zalving met heilig Chrisma
De tweede centrale rite, in aansluiting op de hangoplegging, is de zalving met heilig Chrisma. Ook die liturgische handeling gaat terug tot bijbelse traditie. Zo wordt Aäron door Mozes tot priester gezalfd met heilige olie. “Toen nam Mozes de zalfolie en goot een deel van de olie over het hoofd van Aäron en zo, door hem te zalven, heiligde hij hem” Lev. 8:10-12). Ook David werd door de profeet Samuël gezalfd met heilige olie. De zalving was het uiterlijke teken van de innerlijke genade en gaven waarmee de Heer David bekleedde, opdat hij zijn roeping als toekomstige koning van Israël op goede wijze zou kunnen waarmaken: “Samuël nam de hoorn met olie en zalfde hem te midden van zijn broers. Van toen af was David doordrongen van de Geest van de Heer” (1 Sam. 16:13). Alle koningen van Israël ontvingen een zalving. De koningen van Juda, die van het geslacht van David waren, ontvingen hun wijding in de tempel en werden door een priester gezalfd: Salomo door de priester Sadok (1 Kon. 1:39), koning Joas door de hogepriester Jojadas (2 Kon. 11:12). Deze zalving was dan steeds een uiterlijk teken dat deed uitkomen dat God deze mensen had uitverkoren om Zijn instrumenten te zijn in het besturen van het volk. De langverwachte Redder in het geslacht van David, werd daarom ook de “Gezalfde” bij uitstek genoemd. En dat woord “Gezalfde” luidt in het Hebreeuws “Messias” en in het Grieks “Christos”. Daarom wordt de gewijde olie waarmee de wijdeling tot bisschop wordt gewijd, en die ook gebruikt wordt bij het doopsel, de priesterwijding en de wijding van een kerk of altaar, Chrisma genoemd. Deze olie wordt ieder jaar, dicht bij de viering van de kruisdood en verrijzenis van Christus, door de bisschoppen van de Kerk gewijd.

7. Overhandiging van het evangelieboek
Aangezien het evangelie, gezamenlijk met de rest van de Schrift, de leiddraad is voor ons geloof, wordt dit de bisschop plechtig overhandigd met de woorden: “Ontvang het evangelieboek: verkondig Gods woord en onderricht het met groot geduld”.

8. De tekenen van het bisschopsambt: ring, borstkruis, mijter en staf
Nu wordt de nieuw-gewijde bisschop bekleed met de tekenen, die gezamenlijk zijn roeping uitdragen. De ring als teken dat hij zich als bisschop aan de kerkgemeenschap verbindt, zoals een bruidegom zich verbindt aan zijn bruid. Het borstkruis als teken van de liefde en verlossing van Christus. De mijter als teken dat hij geroepen is het evangelie en de geloofstraditie van de Kerk te verkondigen en uit te leggen. De twee delen van de mijter getuigen van de twee delen van Gods Woord, Oude en Nieuwe Testament, die het vaste fundament en de bron zullen zijn van waaruit de bisschop zijn verkondiging neemt.
De bisschopsstaf is het teken dat de bisschop Gods volk moet leiden als een getrouwe herder.

9. De Intronisatie
Hierna nodigt de hoofd-consecrator de nieuwe bisschop uit om op de bisschopszetel plaats te nemen. Hiermee neemt hij de verantwoordelijkheden als herder van dit bisdom op zich. Daarna wensen de overige bisschoppen hem vrede en geluk, en nemen hem op in hun kring.

De Intronisatie is de afsluiting van de eigenlijke wijding. De nieuw-gewijde bisschop gaat dan als hoofdcelebrant, tesamen met alle andere bisschoppen en priesters, voor in de eucharistie. Na de communie en het daaropvolgend gebed gaat hij als nieuwe herder van zijn bisdom zegenend door de kerk. Dat zal zijn eerste handeling zijn als bisschop: Gods zegen vragen voor de mensen die Hij aan zijn leiding heeft toevertrouwd.

Bron: weekkrant Omhoog Editie 1 2016